Nationaal Vliegschema
Algemene Vergadering 17 oktober 2009
Aan de kiesmannen,
Reeds enkele jaren discussiëren we met elkaar over een nationaal vliegschema en daarbinnen de plaats van de meerdaagse fondvluchten. Ook via disdussies met leden in het land hebben we getracht te achterhalen wat er zoal onder onze leden leefde. Omdat de definitieve vormgeving van het programma toch steeds weer discussies bleef oproepen, hebben we besloten alle deelnemers in 2009 aan St. Vincent en Montauban te enquêteren.
In de rapportage van de commissie kunnen we onder meer het volgende lezen:
'De respons van het onderzoek was zeer hoog. Van de ongeveer 4800 vertuude enquêtes hebben we er 2276 verwerkt. Wanneer we deze response vergelijken met die van vergelijkbare enquêtes is deze zeer hoog. Dat betekent niet alleen dat we een gedegen representatief beeld hebben van wat de liefhebbers die aan die vluchten deelnemen willen, maar dat betekent ook dat dit onderwerp zeer leeft onder die liefhebbers. Wanneer we kijken naar de ingestuurde enquêtes blijkt dat deze ook het gehele land dekken. Dus het beeld dat uit deze enquête komt, is representatief hoe de Nederlandse fondspelers denken over deze vluchten. Wat ook opvallend was, was dat er nauwelijks verschillen zijn tussen de liefhebbers uit de verschillende sectoren.
We kunnen ons na bestudering van de resultaten helemaal vinden in bovenstaande. Dat wil tevens zeggen dat we hiermee een prima instrument hebben om de grote fond voor de Nederlandse leden goed op de rails te zetten.
Belangrijke bouwstenen voor het programma zijn twee onderdelen waar een grote consensus over is bij de geënquêteerde leden.
Op de eerste plaats de minimale afstand voor de meerdaagse fondvluchten. Slechts 17% vindt een minimale afstand van 750 tot 800 km acceptabel. De grootste groep van 31% meent dat de afstand minimaal 800 tot 850 kilometer dient te zijn. Nog steeds een aanzienlijk percentage van 29% ziet de minimale afstand tussen de 850 tot 900 kilometer en 23% ziet deze afstand het liefst boven de 900 kilometer. We mogen hieruit concluderen dat we geen grote fondvluchten moeten organiseren waarbij de minimale afstand niet zeker 800 tot 850 kilometer bedraagt op de korte afstand.
Op de tweede plaats is er een opvallende uitkomst te vinden waar het gaat over de voorkeur van de deelnemers voor ochtend- of middaglossing. Globaal kan met zeggen dat 1/3 ochtendlossingen gewenst is, 1/3 middaglossingen en 1/3 beiden. Met een ochtendlossing komen we tegemoet aan de wens die leeft bij 69% van geënquêteerden en met een middaglossing 66%. Wij kunnen daarom niet om de conclusie heen dat ons programma voor de grote fond een mix van zowel ochtend- als middaglossingen dient te bevatten.
Verder is er een grote consensus dat ook lossingsplaatsen in zuidelijke richting in het programma moeten worden opgenomen. Maar liefst 83% is het daarmee eens of helemaal mee eens.
Om recht te doen aan de wens van een grote groep representatieve speler van de grote fond hebben wij bovenstaande uitkomsten een plaats gegeven in ons nationaal vliegschema 2010. Daarbij zijn de hoofdpijlers de minimale afstand, de mix van ochtend- en middaglossingen en zuidelijk gelegen lossingsplaatsen eveneens een plaats te geven in het programma.
Verder bevat de enquête nog belangrijke bouwstenen voor het nationale lossingsbeleid die we in dit kader verder buiten beschouwing zullen laten. Wij zullen de gegevens voor het lossingsbeleid echter na nadere bestudering wel een plaats geven in het beleid. Belangrijk daarbij is dat maar liefst 80% van de geënquêteerden aangeeft dat bij (harde) rugwind op de dag van lossing het beter is de duiven zodanig vroeg te lossen dat zij voor de neutralisatietijd thuis zullen komen. In de maartvergadering van 2010 zullen wij u de uitkomsten na bestudering van de enquête aan u bekend maken.
Mede gezien het zeer brede draagvlak onder de deelnemers aan de grote fond stellen wij u voor het vliegschema ongewijzigd vast te stellen.
Bestuur NPO
Klik hier voor het Nationaal Vliegschema 2010



