Kennisfeiten Postduivensport
Huisvesting en verzorging
Postduiven (Columba livia) worden in hokken gehuisvest. In de meer bekende tillen verblijven veelal enkele sierduifjes, maar deze huisvesting voldoet in het geheel niet voor postduiven.
Jonge duiven worden na ruim drie weken gespeend en onder gebracht in een apart hok.
De duif heeft een sterk territoriuminstinct. Het is niet alleen het hok waartoe de duif zich aangetrokken voelt, maar meer nog zijn eigen plek in het hok. Die eigen plek bestaat veelal uit een zogenaamde bak waarin ook jongen worden groot gebracht of uit een eenvoudig schapje. Deze plekken worden tegen andere duiven verdedigd. Zodra een duif thuiskomt van een trainingsrondje of wedvlucht zal de duif zeer snel zijn eigen plekje weer opzoeken. Postduiven worden altijd in het hok gevoerd en gedrenkt. Het voer wordt aangeboden in voerbakken en er zijn speciale drinkpotten voor postduiven. In aparte potjes worden voedingssupplementen toegediend of de supplementen worden door het drinkwater verstrekt. Eenmaal per week wordt de duiven een bad aangeboden, veelal wordt er door het badwater een middel toegevoegd waardoor eventuele mijten en dergelijke gedood worden.
De hokken worden dagelijks gereinigd en periodiek gedesinfecteerd. Alle postduiven worden jaarlijks geënt tegen het paramyxovirus.
Als de postduiven worden uitgelaten voor een trainingsrondje zijn ze nog niet gevoerd. Komen ze weer op het hok dan staat er voer klaar. Naast het territoriuminstinct is het kunnen beschikken over voer na een trainingsrondje een extra prikkel om snel naar binnen te gaan.
De duiven vliegen dagelijks één tot twee maal trainingsrondjes van ongeveer 45 minuten. Daarbij vliegen ze rondjes hoog boven het hok. Daarbij blijven ze visueel in zicht. Als jonge duiven het vliegen eenmaal goed meester zijn trekken ze verder weg dan de oude duiven, dit kan verschillende kilometers zijn. Als jonge duiven de eerste wedvlucht achter de rug hebben vertonen ze op de trainingsrondjes het gelijke gedrag als oude duiven.
Wedvluchten
Wedvluchten met postduiven worden gevlogen over afstanden die variëren van gemiddeld 100 tot 1200 kilometer. Er heeft in ruim 200 jaar een selectie plaatsgevonden voor snelle postduiven voor de kortere afstanden en marathon postduivenduiven voor de lange afstanden. Als postduiven worden gelost vliegen ze een rondje boven de losplaats om vervolgen koers te zetten naar het hok. Afhankelijk van de wind kunnen ze snelheden ontwikkelen van 60 km per uur bij tegenwind en 120 kilometer per uur bij wind mee. Deze snelheden worden gemeten in een rechte lijn. In werkelijkheid worden postduiven ook door de wind afgedreven of vliegt men met een groepje mee in een andere richting. Zo moeten de postduiven regelmatig corrigeren. In werkelijkheid liggen de snelheden dan ook hoger.
Soms komt het voor dat postduiven verdwalen. Bij jonge postduiven komt dit veel meer voor dan bij de oude postduiven die ervaring hebben. Dergelijke duiven sluiten zich veelal aan bij een groep duiven van een andere duivenhouder waarvan de duiven een trainingsrondje boven het hok vliegen en gaat met deze duiven naar binnen. Via het unieke ringnummer en moderne technieken zoals internet met zoekprogramma’s en voice respons systemen wordt de eigenaar van de betreffende duif op de hoogte gebracht.
Transport van postduiven
Voor het transport van postduiven worden containers gebruikt die uitsluitend geschikt zijn en gebruikt worden voor het vervoer van postduiven. De duiven zitten in manden veelal van aluminium of riet en op de bodem van de mand wordt een stroeve vochtabsorberende laag aangebracht. Veelal beschikken duivencontainers over moderne ventilatiesystemen. De duiven worden in de container gevoerd en er zijn drinkwatersystemen aanwezig. Bij postduiventransporten zijn altijd verzorgers aanwezig. Voor de duiven op transport gaan ziet de houder van de duiven er op toe dat de postduiven gezond zijn en in een goede conditie verkeren. Het heeft namelijk geen enkele zin om postduiven mee te geven die geen uitstekende conditie hebben. Deze duiven komen wel thuis, maar zullen geen prijs vliegen en daar gaat het om bij wedvluchten.
Het kan natuurlijk voorkomen dat een duif tijdens transport ziek wordt. Deze verlaten de manden niet en worden door de verzorgers weer mee terug naar huis genomen.
Postduivenhouders in Europa
De postduivensport is in Europa tot ontwikkeling gekomen. Er zijn nog steeds veel mensen die de postduivensport bedrijven.
In totaal zijn er binnen de Europese Unie 275.000 aangesloten postduivenhouders geregistreerd. Heel vaak is postduivensport ook een gezinssport waar de partner van het lid en de kinderen eveneens aan deel nemen en vreugde aan beleven.
Daarmee vertegenwoordigen de liefhebbers van de postduivensport een aanzienlijke groep van inwoners binnen de Europese Unie.



