Risicoanalyse
PROTOCOL VOOR POSTDUIVEN
Met de brief aan Minister Veerman d.d. 23 maart 2006 is de volgende risicolanalyse meegestuurd.
1. Maatregelen bij dreigende hoog pathogene aviaire influenza (HPAI)–subtype H5N1
Sedert het vermoeden bestaat dat trekvogels een rol kunnen spelen bij het overbrengen van het vogelgriepvirus, worden tijdens de vogeltrek maatregelen genomen om het pluimvee te beschermen tegen besmette trekvogels. Het ophokken of afschermen van pluimvee tijdens de vogeltrek is daarbij een belangrijke maatregel. Ook het preventief vaccineren van pluimvee in combinatie van de aanwezigheid van enkele sentineldieren kan als maatregel gelden.
Ten aanzien van de postduif kunnen we het volgende opmerken. Conform de Europese Richtlijn 2005/94/EG ter bestrijding van aviaire influenza, behoort de postduif tot de categorie 'andere in gevangenschap levende vogel', artikel 2 lid 6. Postduiven worden in het algemeen zo gehouden dat ze één- tot tweemaal daags worden los gelaten voor een trainingsvlucht. In de winterperiode is dat vaak éénmaal per week tot maximaal éénmaal per dag. Duiven die worden losgelaten voor een trainingsvlucht vliegen in deze periode ongeveer 45 minuten rondjes boven het hok en keren dan weer terug op het hok om naar binnen te gaan om te eten en te drinken. Bij deze trainingsvluchten blijven de duiven visueel in het zicht. Zij komen tijdens deze vluchten niet in contact met andere vogels. Een klein percentage, naar schatting 1 tot 2%, van onze leden kiest ervoor om de duiven zo te houden dat ze naar believen op het hok kunnen in- en uitvliegen, een zogenaamd open hok. Deze duiven vliegen ook hun trainingsrondje, maar kunnen na het eten en drinken weer naar buiten en daarbij bestaat de mogelijkheid dat men ook in de omgeving op de bodem wat gaat rondscharrelen. Hoewel het risico dat men dan in contact komt met uitwerpselen van besmette trekvogels zeer gering tot verwaarloosbaar is, kan dit risico worden weggenomen door de situatie van een open hok te verbieden. Voor het welzijn van een duif speelt een open hok in het geheel geen rol.
Maatregel:
Bij dreigende HPAI is een open hok verboden.
2. Maatregelen bij besmetting van wilde vogels met HPAI – subtype H5N1
Als er een met HPAI – subtype H5N1 besmette dode vogel wordt gevonden zal er op basis van Commissiebeschikking 2006/115/EG een beschermingsgebied en een toezichtsgebied worden ingesteld van respectievelijk van een straal van 3 en 10 kilometer. Voor postduiven gelden in deze gebieden de volgende maatregelen:
Maatregelen:
- In beide gebieden, leveren de landelijke postduivenhouders organisaties de bevoegde autoriteiten een inventarisatie aan van het aantal postduivenhouders binnen het gebied.
- In het beschermingsgebied wordt voor postduivenhouders die tevens bedrijfsmatig pluimvee houden een ophokplicht van kracht.
- Open hokken voor postduiven zijn niet toegestaan.
3. Maatregelen bij vermoedelijke uitbraken op een bedrijf van HPAI- subtype H5N1
In het geval van een vermoedelijke uitbraak op een bedrijf zal de bevoegde autoriteit onmiddellijk een onderzoek instellen om het vermoeden van een besmetting met HPAI te bevestigen of uit te sluiten. Voor de postduiven gelden dan de volgende maatregelen:
Maatregelen:
- Inventarisatie van het aantal postduiven op het bedrijf.
- De aanwezige postduiven op het bedrijf worden binnen gehouden totdat het vermoeden van besmetting met HPAI-subtype H5N1 uitgesloten is.
4. Maatregelen bij uitbraken van HPAI-subtype H5N1
Bij een uitbraak van HPAI op een bedrijf worden onmiddellijk de pluimveedieren onder officieel toezicht gedood. Op grond van artikel 11 lid 2 en artikel 13 lid 1 van de richtlijn 2005/94/EG worden voor de postduiven afgeweken van deze regeling. Voor de postduiven gelden op deze bedrijven de volgende maatregelen:
Maatregelen op een bedrijf met een uitbraak:
- De postduiven blijven op het hok waarbij op het hok naast hygiëne
- maatregelen ontsmetting met virusdodende middelen zal plaatsvinden.
- Gedurende de tijd dat er maatregelen gelden op het bedrijf verlaten de
- duiven het hok niet en ook worden er gedurende deze tijd geen duiven aan anderen overgedragen.
Maatregelen binnen de beschermingsgebieden:
- De landelijke postduivenhouders organisaties leveren de bevoegde autoriteiten een inventarisatie aan van het aantal postduivenhouders binnen het gebied.
- Binnen het gebied worden de postduiven van postduivenhouders, die tevens bedrijfsmatig pluimvee houden, binnen gehouden.
- Open hokken voor postduiven zijn niet toegestaan.
- Na een risicoanalyse kunnen conform artikel 33 lid 4 van de richtlijn 2005/94/EG wedstrijdduiven buiten het beschermingsgebied worden gebracht voor deelname aan jaarbeurzen, tentoonstellingen, markten en wedvluchten, daarbij worden de volgende voorwaarden gesteld:
• Bij de lokalen waar de postduiven op transport worden gesteld worden hygiëne maatregelen getroffen.
• Houders van postduiven in combinatie met commercieel pluimvee houden hun duiven opgehokt en nemen niet deel aan wedvluchten.
• Toestemming voor deelname aan wedvluchten zal niet eerder dan na 10 dagen worden verstrekt.
Maatregelen binnen toezichtgebieden:
- De landelijke postduivenhouders organisaties leveren de bevoegde autoriteiten een inventarisatie aan van het aantal postduivenhouders binnen het gebied.
- Open hokken voor postduiven zijn niet toegestaan.
- Na een risicoanalyse kunnen conform artikel 33 lid 4 van de richtlijn 2005/94/EG wedstrijdduiven naar, binnen en buiten het beschermingsgebied worden verplaatst voor deelname aan jaarbeurzen, tentoonstellingen, markten en wedvluchten, daarbij worden de volgende voorwaarde gesteld: Bij de lokalen waar de postduiven op transport worden gesteld worden hygiëne maatregelen getroffen.
5. Beperking wedvluchten
Op grond van het gedrag van postduiven doen we de volgende aanbevelingen:
- Dreiging van HPAI-subtype H5N1: geen maatregelen.
- Bij besmetting van wilde vogels met HPAI-subtype H5N1: geen lossingen in beschermings- en toezichtsgebieden en binnen een straal van 10km rond het toezichtsgebied.
- Bij vermoedelijke uitbraken van HPAI-subtype H5N1: geen lossingen in beschermings- en toezichtsgebieden en binnen een straal van 10km rond het toezichtsgebied.
- Bij uitbraken van HPAI-subtype H5N1: geen lossingen in beschermings- en toezichtsgebieden en binnen een straal van 10km rond het toezichtsgebied.
- Vluchten met duiven waarbij het risico bestaat dat duiven pleisteren in beschermings- en toezichtsgebieden zijn in alle genoemde situaties verboden.
6. Protocol voor postduiven
De genoemde maatregelen behoeven niet per se te worden ingebouwd in de draaiboeken. Meer voor de hand ligt om in de draaiboeken te verwijzen naar het protocol voor postduiven.



