Vlucht naar de toekomst

Meer weten?Klik op de banner!

 
Document acties
Home Achtergrond Archief Vogelgriep mei 2006: Discussiestuk voor ministerie

mei 2006: Discussiestuk voor ministerie

 

NOTITIE POSTDUIVENSPORT

1. Activiteiten door het jaar heen
De eerste wedstrijdvluchten met Nederlandse postduiven vangen aan omstreeks half maart en eindigen eind september. De duiven worden naar de lossingplaatsen vervoerd in containers die eigendom zijn van de duivensportorganisaties en worden alleen voor het vervoer van postduiven gebruikt. De containers zijn uitgerust met een thermostaatgeregeld ventilatiesysteem, binnenverlichting en drinkwatergoten langs de manden, zodat de duiven onderweg naar de losplaats goed verzorgd kunnen worden.

In eerste instantie worden er alleen wedstrijdvluchten voor oude duiven georganiseerd. Vanaf juli worden er ook wedstrijden voor jonge duiven georganiseerd. Een ‘jonge duif’ is een duif die jonger is dan één jaar en op jonge-duivenvluchten mogen uitsluitend duiven worden ingezet die een ring dragen van datzelfde jaartal. Deze vluchten zijn van groot belang voor de jonge duiven omdat zij onderdeel zijn van het leren zich te oriënteren als jong dier. Wanneer duiven pas als oude duif voor het eerst aan wedvluchten deelnemen dan blijken er veel duiven verloren te gaan. Begin oktober zijn er vaak nog wat zogenaamde attractievluchten over een korte afstand. Deze attractie vluchten, meestal georganiseerd door één of enkele plaatselijke duivenhoudersverenigingen, hebben in de regel een klein aantal deelnemers met weinig duiven.

Tentoonstellingen na de verenrui
Na het wedvluchtseizoen, in oktober en november, vind het hoogtepunt van de verenrui plaats. De duiven krijgen daarbij rust en hebben weinig lust om te vliegen. Na de verenrui worden van november tot en met begin februari de tentoonstellingen met postduiven georganiseerd. Tijdens de tentoonstellingen worden de duiven individueel gehuisvest in speciale tentoonstellingkooitjes om op hun schoonheid te worden beoordeeld door een hiertoe opgeleide en door de NPO erkende keurmeester. Op de bodem van de kooitjes bevindt zich overigens schoon karton met schelpenzand wat na afloop van de tentoonstelling vernietigd wordt. Ook zijn de kooien voorzien van individuele drink- en voederbakjes.

Het kweken van jonge duiven
In principe kweekt iedere liefhebber zijn eigen jonge duiven. Het kweken vangt op zijn vroegst aan in december waarbij de eerste jonge duiven worden geringd in januari als ze ongeveer 7 dagen oud zijn. Zo’n 3 weken later worden deze jongen gespeend en worden in een eigen hok of op een aparte afdeling in het hok van de oude duiven geplaatst, het jonge-duivenhok of jonge-duivenafdeling. Ongeveer een week later worden deze jonge duiven uitgewend. ‘Uitwennen’ wil zeggen dat ze heel voorzichtig het hok mogen verlaten en na enkele dagen starten met de eerste vliegoefeningen in de directe omgeving van het hok. Dit vind plaats vanaf half februari. Het kweken van postduiven gebeurt het gehele jaar door, met uitzondering van de ruiperiode (oktober/november). De meeste jonge duiven worden echter geboren in februari/maart, zodat zij voldoende volwassen en getraind zijn voor de jonge-duivenvluchten in juli en augustus en de ouderduiven aansluitend aan de kweekronde kunnen deelnemen aan de wedvluchten voor oude duiven vanaf eind maart.

WEDVLUCHTEN
TENTOONSTELLINGEN
KWEKEN
Aanvang
half maart
november
december
Eind
eind september/begin oktober
eind januari/begin februari
september



In een tijdbalk over een jaar zien we dan de volgende activiteiten:

2. Opmerkingen over maatregelen m.b.t. insleep van HPAI
Omdat naar onze stellige overtuiging het ophokken van duiven en verzamelverboden geen enkele bijdrage leveren aan het voorkomen van insleping van HPAI, zou bij dergelijke maatregelen rekening gehouden moeten worden met het zoveel mogelijk vermijden van maatregelen die de duivensport treffen. Wel kunnen we in het winterhalfjaar wat activiteiten vermijden die door derden als mogelijk risicovol gezien kunnen worden. Daarvoor zouden we later kunnen starten met het wedvluchtseizoen en eind september al kunnen stoppen

De tijdbalk kan dan als volgt worden aangepast:

Tentoonstellingen
Een probleem tijdens de tentoonstellingen bij een ontheffingen regiem is dat de duiven bij het inbrengen door een dierenarts gekeurd moeten worden. Met alle respect kan een dergelijke keuring niet tot doel hebben om waar te nemen of er bij de duiven die worden ingebracht, mogelijk duiven zitten die besmet zijn met HPAI. Controles op besmetting met het paramyxovirus zijn eveneens niet zinvol vanwege de verplichte vaccinatie hiertegen. Onze organisatie heeft als verplicht voorgeschreven dat voor duiven die op de tentoonstelling en wedvluchten worden gezet een geldig vaccinatiebewijs moet worden overlegd dat de duiven zijn gevaccineerd door een erkend dierenarts overeenkomstig de beschikking uitgegeven door het Bureau Registratie Diergeneesmiddelen.

Verder is het zo dat op tentoonstellingen geen klinisch zieke duiven worden ingezet. Zieke duiven of duiven in een matige conditie maken immers geen kans op een prijs en schaden ook de goede naam van de duivenhouder. Wanneer er toch een kennelijk zieke duif worden aangeboden, dan wordt deze geweigerd door de organisatie. Postduivenhouders zijn voortdurend bezig met de gezondheid en conditie van hun duiven.

Het is dan ook zo dat de meeste duivenhouders eerder een duif met bijvoorbeeld een lichte luchtweginfectie, conditieverlies of afwijkende mest kunnen diagnosticeren, dan een gemiddelde dierenarts die weinig of nooit met postduiven in aanraking komt. Kortom, een keuring door een dierenarts is weinig effectief en daarom niet nodig.

De administratieve rompslomp en de kosten verbonden aan de keuring ontmoedigt vooral verenigingen die kleinere tentoonstellingen houden voor hun eigen leden. Duiven die in de periode van tentoonstellingen uitsluitend rond het hok vliegen en niet met andere vogels in contact komen behoeven niet door dergelijke zware maatregelen getroffen te worden. Gezien de randvoorwaarden die onze organisatie zelf in acht neemt, is een formele wettelijke regeling overbodig.

Trainingsvluchten in november t/m februari
Opgemerkt kan nog worden dat de trainingsvluchten rondom het hok in november tot en met februari zich veelal beperken tot bijvoorbeeld alleen de zaterdag en soms zijn er in het geheel geen trainingsvluchten. Los van het feit dat een belangrijk deel van deze tijd de duiven ruien en daardoor minder lust tot vliegen hebben, zijn er in deze periode ook veel risico’s aan trainingsvluchten verbonden door de dan talrijk aanwezige roofvogels die aan de duiven een gemakkelijke prooi hebben. Het vrouwtje van de sperwer, de slechtvalk en vooral de havik jagen met graagte en veel succes op de postduif. In bepaalde regio’s kweekt men de jongen daarom vaak zo laat in het seizoen dat ze eerst in mei uitvliegen. Bij een vroege kweek gaan anders soms alle jonge duiven verloren aan de roofvogels. Daarnaast kunnen werkende liefhebbers hun duiven op werkdagen in de winterperiode niet loslaten, omdat het dan al vroeg donker is. De trainingsvluchten in de winterperiode zijn dus al met al vrij beperkt.

Lossingen van buitenlandse duiven in Nederland
Met betrekking tot lossing van buitenlandse duiven in Nederland kan worden gezegd dat er regelmatig lossingen zijn van Duitse of Poolse duiven. Incidenteel is er een lossing van duiven uit Tsjechië, Engeland of Frankrijk. Deze landen vragen aan ons medewerking door middel van een lossingsvergunning. Deze verstrekken wij en wij verbinden daar de voorwaarde aan dat de duiven die gelost worden gevaccineerd moeten zijn tegen het paramyxovirus. Deze lossingen in Nederland zijn overwegend eerst in mei of later aan de orde. Wij zijn niet voor beperkingen voor deze lossingen. De duivensport beweegt zich over landsgrenzen. Net zo goed als wij afhankelijk zijn van België en Frankrijk, zijn Poolse en Duitse sportvrienden dat van Nederland.

Vaccinatie van postduiven
Al voor de verplichte vaccinatie tegen het paramyxovirus lieten veel van onze leden de duiven op vrijwillige basis tegen dit virus vaccineren. Naast deze verplichte vaccinatie worden onze duiven vrij massaal gevaccineerd tegen duivenpokken en in mindere mate tegen paratyfus. Blijkens wetenschappelijke onderzoeken is de duif (Columba livia) ongevoelig voor veld infecties van de HPAI varianten H7N1, H7N7, H5N1 en H5N2. Bij de experimenten bleek dat men enkele duiven wel ziek kon krijgen met een zeer hoge dosis virus, maar zelfs dan nog was de uitscheiding van het virus zo gering dat sentinel kippen niet ziek werden. Een besmetting via natuurlijke weg valt dan feitelijk ook uit te sluiten en vaccinatie is daarom ongewenst.

Mocht er in de toekomst een HPAI variant ontstaan waar de duif wel gevoelig voor blijkt te zijn dan is, nog afgezien van het maatschappelijke belang, ook het belang van de duif en zijn eigenaar in het geding. De vaccinatiebereidheid zal bij de postduivenhouders dan zeker in hoge mate aanwezig zijn terwijl onze organisatie in samenspraak met het ministerie, deze vaccinatie zeker wil entameren en bij aangetoonde noodzaak deze vaccinatie verplicht zal stellen.
Evenals bij de vaccinatie tegen het paramyxovirus zal onze organisatie dan zelf een sluitende controle opzetten. De overheid kan onze organisatie dan controleren op de te nemen maatregelen die wij desgewenst graag in overleg met het ministerie zullen vaststellen. Het mag geen verrassing heten dat bij een eventuele vaccinatie er geen beperkingen mogen worden opgelegd om de duiven vrij binnen Europa te vervoeren voor het houden van wedvluchten nadat Nederland vrij van HPAI is verklaard.

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.