Postduiven en vogelgriep
Het thema postduiven en vogelgriep zal mogelijk de gemoederen nog wel enkele jaren bezighouden. De duivensport kwam er in 2003 bij de uitbraak van het H7N7 virus nog redelijk goed vanaf omdat onze duiven niet opgehokt hoefden te worden. Toch heel vervelend omdat er een verzamelverbod van kracht was waar ook duiven onder vielen. Gevolg was dat we enige tijd geen wedvluchten konden organiseren.
Bij het verschijnen van het H5N1 virus in Europa in 2005/2006 greep de Nederlandse overheid stevig in, ook voor onze postduiven. We kregen een ophokplicht opgelegd en wel in een periode dat al snel de eerste jonge duiven van 2006 zouden moeten uitvliegen. Het ministerie van LNV bleek echter genegen om naar argumenten te luisteren en bij de eerste wijziging van de regeling verdween de ophokplicht voor postduiven alweer. Ook wedvluchten werden vanaf 1 mei weer mogelijk gemaakt, ook al mochten we Frankrijk niet in omdat de Franse overheid dat niet toestond. Het Franse verbod werd enkele weken later ingetrokken.
In januari van dit jaar werd een Hongaarse kalkoenenboerderij getroffen door het H5N1 virus getroffen gevolgd door een uitbraak van dit virus in Oost-Engeland begin februari van dit jaar. Dit was het sein voor verhoogde waakzaamheid in Nederland. Op 3 februari werd per onmiddellijk een ophokplicht en verzamelverbod afgekondigd. Tevens werden er maatregelen getroffen op het gebied van hygiëne waar het transporten betreft die broedeieren en pluimvee vervoeren van en naar het Verenigd Koninkrijk.
Een groot verschil met een jaar geleden (ophokplicht voor postduiven) is dat er nu voor de duiven essentiële uitzonderingen zijn gemaakt. Geen ophokplicht en geen verzamelverbod voor postduiven. Ook wedvluchten binnen Nederland en vanuit België zijn toegelaten.
Deze positieve uitzonderingen zijn het resultaat van de intensieve contacten welke wij de afgelopen jaren hebben gehad zowel op ons ministerie van LNV als op Europees niveau. We hebben op ons ministerie de kans gekregen om uit te leggen hoe de duivensport in elkaar steekt. Ook in Europa hebben we in Brussel aan belangenbehartiging gedaan en dat resulteerde in een Vogelgrieprichtlijn waarbij de postduif niet langer meer bij het pluimvee wordt genoemd, maar bij de overige vogelsoorten. Ook maakt de richtlijn het mogelijk dat wedvluchten gehouden kunnen worden bij situaties waarbij sprake is van vogelgriep. Centraal bij dit alles staat dat we als gezamenlijke postduivenbonden wetenschappelijke onderzoeken hebben gepresenteerd over vogelgriep en postduiven. De resultaten van deze onderzoeken hebben ons een sterke positie gegeven naar de overheden die betrokken zijn bij de problematiek van de vogelgriep. Deze onderzoeken zijn gestimuleerd door de WECvP, de Commissie Europa FCI en de Veterinaire Commissie FCI. Vooral de onderzoeken van mw. Dr. Ortrud Werner aan het Friedrich-Loeffler instituut op de het Duitse eiland Riems naar de gevoeligheid van postduiven voor het H7N7 en H5N1 virus, zijn van groot belang geweest. Maar ook de onderzoeken van ing, Duchatel en prof. Osterhaus zijn belangwekkend omdat deze onderzoeken aantonen dat een duif weliswaar met een onwaarschijnlijk hoge dosis virus soms te besmetten is, maar dat er vervolgens geen of zo weinig virus wordt uitgescheiden wordt dat kippen er niet mee besmet kunnen raken. Ook blijken duiven goed te reageren op vaccins tegen het vogelgriep virus.
Als Bestuur en directie NPO zijn wij op vele niveaus actief. Wij laten ons daarbij ook bijstaan door de voorzitter van de WOWD, Leo van der Waart en door Henk de Weerd. Beiden zijn ook lid van de Veterinaire Commissie van de FCI. Ook de Commissie Europa van de FCI maakt gebruik van deze Nederlandse adviseurs.
Schematisch laten de contacten die het Bestuur en directie NPO hebben met de betrokken partijen zich als volgt schetsen:

De contacten met het ministerie verlopen thans via een speciaal voor postduiven aangewezen beleidsambtenaar. Ook zijn we partner bij het tot stand komen van het draaiboek voor Aviaire Influenza (vogelgriep). Tevens zijn er contacten met het ministerie die verlopen via het Platform Verantwoord Huisdierenbezit. Het Platform is een belangenbehartiger bij het ministerie voor tal van organisaties met gezelschapsdieren. Op deze wijze zijn we onder meer betrokken geweest bij het Nederlandse voorstel in Brussel voor een vaccinatieprogramma. Daar waar gewenst betrekken we adviseurs bij onze vraagstukken. Als zaken vast zitten overleggen we met parlementariërs om te zien of deze zaken kunnen lostrekken.
Ook op Europees niveau hebben we een netwerk mee opgebouwd om de belangen op Europees niveau mee te helpen behartigen. Centraal daarin staat de Commissie Europa van de FCI. De NPO is met twee leden in deze commissie vertegenwoordigd Piet van Gils en Ton Ebben. De NPO voert ook het secretariaat van deze commissie. Er zijn relaties met de Veterinaire Commissie FCI die zich vooral richten op het wetenschappelijk onderzoek rond vogelgriep en postduiven. Zoals gezegd hebben onze adviseurs zitting in deze commissie. Voor zover nodig worden zaken tot besluitvorming gebracht in het bestuur van de FCI waarin Nederland vertegenwoordigd is door Gert Visser. Vanuit de Commissie Europa van de FCI zijn er contacten met de ambtenaren van de Europese Commissie en Europarlementariërs.
Een belangrijke motor vormt het dagelijks bestuur van de Commissie Europa van de FCI bestaande uit Horst Menzel, voorzitter, Ton Ebben, secretaris en Luc Joris, penningmeester.
Zij worden hierin professioneel bijgestaan door Stef Swinnen. Ook de adviseurs Leo van der Waart en Henk de Weerd worden door dit dagelijks bestuur op gezette tijden voor inhoudelijke zaken geraadpleegd.

Overigens wordt de geschetste structuur ook wel aangewend voor andere zaken die de postduivensport zouden kunnen belemmeren zoals bijvoorbeeld de nieuwe Europese regelgeving met betrekking tot transport van dieren. Voor de vogelgriep is de structuur vooralsnog doeltreffend gebleken. We mogen echter niet de illusie hebben dat postduiven een uitzonderingspositie zullen krijgen als het om vogelgriep gaat. Dat lijkt niet mogelijk. Wij zullen het moeten hebben van de mogelijkheden van ontheffingen en goede risicoanalyses die we ook zelf kunnen maken en de betrokken overheden aanreiken. Het zal bovendien van belang blijven dat we het wetenschappelijk onderzoek blijven stimuleren en volgen zodat we daarin een leidende positie houden.
Ook mag niet uit het oog worden verloren dat ons ministerie van LNV alleen maar maatregelen kan treffen die Nederland betreffen. Een goede samenwerking en afstemming met de Belgische en Franse collega’s door onze ambtenaren is daarom essentieel. Daarnaast blijft de Europese samenwerking tussen de postduivenbonden in Europa van groot belang. We zijn op de goede weg, maar er zullen de komende jaren nog veel inspanningen gevraagd worden om de crisissen goed te doorstaan.
Bestuur NPO



