Vlucht naar de toekomst

Meer weten?Klik op de banner!

 
Document acties
Home Achtergrond Archief Vogelgriep Reactie NPO op Concept Beleidsdraaiboek Aviaire Influenza

Reactie NPO op Concept Beleidsdraaiboek Aviaire Influenza

Bij uitbraken van besmettelijke dierziekten werkt het ministerie met zogenaamde draaiboeken. In deze draaiboeken worden situaties beschreven die zich kunnen voordoen en de maatregelen die dan getroffen worden.
Het beleidsdraaiboek voor de vogelgriep is al weer van 1992. Er zijn wel aanpassingen geweest op grond van de uitbraak in 2003 en de evaluatie die na de uitbraak van 2003 is gehouden. In december is er in Europa een nieuwe Richtlijn Vogelgriep vastgesteld. Ook deze richtlijn moet in het draaiboek nog een plaats krijgen. Er zijn veel partijen in de gelegenheid gesteld om te reageren op het concept beleidsdraaiboek. Ook de NPO heeft dat gedaan, want de positie van de postduif krijgt in het huidige draaiboek volstrekt te weinig aandacht en de maatregelen zijn voor de postduif nog veel te ongenuanceerd en overtrokken omdat de postduif veel te veel gelijk met andere (vogel)soorten wordt behandeld.
Het concept beleidsdraaiboek Aviaire influenza is te vinden op de site van het ministerie van LNV, www.minlnv.nl onder vogelgriep. Onderstaand de reactie van Bestuur NPO.




MINISTERIE VAN LNV
aibeleidsdraaiboek@minlnv.nl


Betreft: Reactie beleidsdraaiboek
Aviaire Infuenza



Geachte mevrouw/mijnheer,

Wij danken u voor de uitnodiging om onze reacties op het Concept-Beleidsdraaiboek Aviaire influenza kenbaar te maken. Onze postduiven zijn gezelschapsdieren die regelmatig worden getroffen door maatregelen die ter bestrijding van dierziekten in de commerciële sector worden genomen. Het is onze algemene opvatting dat de overheid terughoudend moet zijn bij maatregelen die ook gezelschapsdieren treffen, ongeacht of dat nu sierpluimvee, postduiven of andere gezelschapsdieren betreft. Gezelschapsdieren spelen niet of nauwelijks een rol in de verspreiding van virussen naar de commerciële sector. Heel vaak kunnen dergelijke maatregelen voor gezelschapsdieren ook welzijnsproblemen met zich meebrengen. Zo is het ophokken van watervogels veelal niet verantwoord mogelijk, terwijl jonge duiven echt de gelegenheid moeten hebben om uit te vliegen. Het is onze indruk dat het ministerie weliswaar tracht de hobbysector te ontzien, maar niet altijd even goed zicht heeft op hoe hobbydierhouders hun hobby beleven en uitoefenen. Voor de beoefenaars van de duivensport hebben dit soort maatregelen vaak een zeer grote impact, omdat de meeste van onze leden 365 dagen per jaar intensief met hun hobby bezig zijn. Het verplicht ophokken van duiven en/of het verbieden van wedvluchten heeft dan ook een zeer grote invloed op hun dagelijks leven Met andere woorden, deze maatregelen brengen ook welzijnsproblemen voor onze leden met zich mee.

Zoals in 2003 is aangetoond laten uitbraken van HPAI laten zich binnen de Nederlandse situatie niet stoppen door hobbydieren rigoureus te treffen met maatregelen als verzamelverboden, afschermen, enzovoort. In de regel wordt het virus binnen de commerciële sector verspreidt door personen en toeleveranciers die dagelijks meerdere pluimveebedrijven binnen de dezelfde sector bezoeken. Preventief helpen alleen vaccinatie en hygiënemaatregelen voor de commerciële sector.
Wij als Nederlandse Postduivenhouders Organisatie kunnen ons wel wat bij voorstellen bij de genomen maatregelen betreffende postduiven en de postduivensport omdat in veel landen de bekendheid met deze sport maatschappelijk maar beperkt aanwezig is. Dit pleit er voor om in het kader van dierziektebestrijding en de daarmee samenhangende beleidsdraaiboeken zich deze kennis wel eigen te maken en de maatregelen daar op af te stemmen. Zolang een non-vaccinatiebeleid in de commerciële sector nog steeds wordt voorgestaan, past het niet om de hobbydieren en de houders te treffen met maatregelen die onevenredig zijn. Dit zal immers de bijl leggen aan de wortels van de maatschappelijke acceptatie.

De hoofdstukken 1 en 3 tot en met 6 zijn vooral informatief en geven ons geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Bij Hoofdstuk 2.4 zouden wij graag de aanvulling zien dat er in Nederland geen commerciële vleesduiven bedrijven zijn. Verder willen wij ons dan ook beperken tot de overige hoofdstukken.

 

Hoofdstuk 7: Beleidsinstrumenten

7.2 Import- en exportverboden

Bij een uitbraak binnen of buiten Europa zal de EU maatregelen treffen met betrekking tot de import van dieren of producten uit het getroffen land. Pluimvee en vogels vormen uiteraard het grootste risico op insleep van het AI virus. Ook de intracommunautaire handel wordt hier aan gelijk gesteld. Wij kunnen ons deze maatregel goed voorstellen om dat er behoefte bestaat om eerst goed zicht op de situatie te krijgen. Als de situatie echter weer aanleiding geeft naar een gedeeltelijk verbod, dan zou bij de afbouw niet alleen gekeken moeten worden naar de commerciële dieren en producten, maar ook naar de vogelsoorten die voor insleep geen bedreiging vormen.

7.9 Risicovolle activiteiten op en rond pluimveebedrijven

Bij de risicovolle activiteiten bij een uitbraak van HPAI wordt onder meer het organiseren van wedvluchten met postduiven genoemd. Op en rond pluimveebedrijven organiseren wij nimmer wedvluchten met postduiven. Het kan wel zo zijn dat de pluimveehouder ook postduivenhouder is die aan wedvluchten deelneemt. Zijn duiven worden dan enige honderden kilometers van zijn huis gelost en keren weer terug op het duivenhok van de pluimveehouder. Wij hebben aan de EU en aan uw ministerie een protocol voor postduiven bij een AI crisis aangeboden. Dit protocol voorziet ook in beperkingen voor commerciële pluimveehouders die tevens de postduivensport op dezelfde locatie bedrijven en daarbij worden afhankelijk van de fase maatregelen voorgesteld. Dit protocol voor postduiven hebben wij als bijlage bijgesloten.

7.10 en 7.11 Verzamelverbod van pluimvee en vogels en Manifestaties en evenementen

In tegenstelling tot het draaiboek bestrijden wij de opvatting dat het samenbrengen van gehouden vogels een groot risico met zich meebrengt voor de verspreiding van dierziekten.
Bij een uitbraak van HPAI in Nederland kan dat voor pluimvee mogelijk een te motiveren maatregel zijn, maar voor postduiven is deze maatregel niet te motiveren. Duivensport wordt al meer dan 200 jaar bedreven en één van de kenmerken van duivensport is dat tijdens het vliegseizoen de duiven van de duivenhouders voor deelname aan de wedvluchten steeds bij elkaar worden gebracht. In zijn algemeenheid brengt dit geen enkel probleem met de verspreiding van dierziekten met zich mee. Voor AI is dit al helemaal geen probleem omdat onze postduiven via een natuurlijke weg niet te besmetten zijn met dit virus. Om dan een verzamelverbod in te stellen voor postduiven waarmee wedvluchten en tentoonstellingen onmogelijk worden gemaakt staat in geen enkele verhouding tot de opmerking dat bijeenkomsten van mensen die werkzaam zijn in de agrarische sector zonder dat hierbij dieren aanwezig zijn maar een beperkt risico vormen. Situaties waarbij het verstandig is beperkingen aan postduiven op te leggen staan in het door ons voorgestelde protocol voor postduiven.

7.12 Afschermplicht

Een afschermplicht staat bij postduiven gelijk aan een ophokplicht. Duiven worden in duivenhokken en niet in rennen gehouden. Wanneer een ophokplicht voor postduiven zinvol is staat in het door ons voorgestelde protocol voor postduiven.

7.13 Verbod op jacht

Bekend is dat vooral watervogels fungeren als het natuurlijke reservoir voor het influenza-A virus. Ook in het Concept-Beleidsdraaiboek Aviaire influenza wordt daar in 2.2.3 op gewezen. Nu de provinciale bestuurders in de gelegenheid zijn gesteld om aan jagers toestemming te verlenen tot het afschieten van bij de wet beschermde zwanen, ganzen en smienten, bevinden zich thans in Nederland wellicht duizenden gewonde watervogels in de vrije natuur die uiteraard een slechte conditie hebben en kunnen fungeren als accumulatoren voor een AI uitbraak. Juist op het einde van de winter zouden na de wintersterfte de watervogelpopulaties zich in een optimale gezondheidstoestand moeten bevinden. In het verlengde hiervan is het al helemaal niet duidelijk waarom de jacht op de vos als predator, van toch in eerste instantie verzwakte dieren, op 1 april weer is toegestaan. Het afschieten van bij de wet beschermde vogels dient ook in het kader van de AI gehandhaafd te worden en daar dient strikt de hand aan te worden gehouden.

7.15 Ontvolken van pluimvee

Bij een uitbraak op een bedrijf, worden alle gevoelige dieren op dat bedrijf geruimd, zo stelt het draaiboek, dit kan al voordat de definitieve diagnose wordt gesteld. Wij gaan er van uit dat dit slechts het besmette pluimvee betreft en geen andere dieren. De postduif is niet gevoelig en er is geen enkele noodzaak tot ruiming. Er gelden natuurlijk wel maatregelen zoals wij die hebben neergelegd in het door ons voorgestelde protocol voor postduiven. Wij nemen ook aan dat ook de honden en mogelijk ook katten, ondanks dat deze wel gevoelig zijn voor AI, niet geruimd worden.

7.16 Standstill

Bij een standstill zullen er ook volgens het door ons voorgestelde protocol voor postduiven maatregelen genomen worden.

  1. Bedrijf
    Indien het een pluimveebedrijf betreft waar de eigenaar ook postduiven houdt, zullen de aanwezige postduiven hun verblijf niet meer mogen verlaten en naast hygiënemaatregelen zal het duivenhok preventief behandeld worden met virusdodende middelen. Gedurende de tijd dat er maatregelen gelden op het bedrijf, verlaten de duiven hun hok niet en tevens worden er gedurende deze tijd geen duiven aan derden overgedragen.
  2. Beschermingsgebied
    De Nederlandse Postduivenhouders Organisatie zal aan de autoriteiten een inventarisatie aanleveren van alle leden die binnen het beschermingsgebied postduiven houden. Open hokken (dat wil zeggen dat de duiven de gehele dag vrij mogen vliegen) zijn niet toegestaan. Er moet worden volstaan met de dagelijkse trainingsvluchten. Postduiven van houders die tevens bedrijfsmatig pluimvee houden worden opgehokt.
    Na een risicoanalyse conform artikel 33 lid 4 van de richtlijn 2005/94/EG, kunnen postduiven buiten het gebied worden gebracht voor wedvluchten en tentoonstellingen.
    De postduiven van houders met ook commercieel pluimvee op hetzelfde perceel blijven opgehokt. Bij de lokalen waar de duiven tentoongesteld of ingezet worden voor een wedvlucht worden hygiëne maatregelen getroffen voor de bezoekers. Een ontheffing voor wedvluchten zal niet eerder dan na 10 dagen na de ingang van de standstill worden verstrekt.
  3. Toezichtgebieden
    De Nederlandse Postduivenhouders Organisatie zal aan de autoriteiten een inventarisatie aanleveren van alle leden die binnen het toezichtgebied postduiven houden. Open hokken voor postduiven zijn niet toegestaan. Na een risicoanalyse conform artikel 33 lid 4 van de richtlijn 2005/94/EG, kunnen postduiven deelnemen aan tentoonstellingen en wedvluchten. Bij de tentoonstellingslokalen en inkorflokalen worden hygiëne maatregelen getroffen voor de bezoekers.

 

7.17 Compartimentering / regionalisering

Binnen de aangewezen compartimenten zijn open hokken voor postduiven niet toegestaan.

7.18.5 Buffergebied

Binnen de buffergebieden zijn geen maatregelen voor postduiven noodzakelijk.

7.19 Vervoersverboden

Tijdens de standstill van 72 uur zullen er in Nederland geen postduiven worden vervoerd.

7.20 Vaccinatie

Het vaccinatiebeleid zal zich in het bijzonder moeten richten op het pluimvee, niet alleen tijdens een crisis, maar meer nog als onderdeel van een normale bedrijfsvoering. De volksgezondheid en het dierwelzijn zullen daarmee alleen maar diensten bewezen worden.
Voor postduiven voelen de gezamenlijke postduivenhouders organisaties binnen de Europese Unie zich sterk verantwoordelijk. Gebleken is dat het H7N7 virus van 2003 voor de postduiven geen probleem vormde omdat de duiven niet te besmetten waren en er bij de opzettelijk besmette vogels ook geen virusuitscheiding plaatsvond. Ook voor het huidige H5N1 virus is de postduif zo goed als ongevoelig. Van groepen opzettelijk besmette duiven bleken slechts enkele duiven ziek te worden na het opzettelijk toedienen van zeer hoge doseringen virulent H5N1 virus, maar zelfs dan was er geen uitscheiding van het virus of was de uitscheiding van het virus zo gering dat de bij deze besmette postduiven geplaatste sentinelhoenders er niet ziek van werden.
Ook de inmiddels gemuteerde varianten van de H5N1 die als meer agressief bekend staan, zoals de Vietnamese variant en de Indonesische variant, zullen bij de postduif onderzocht worden. Tevens onderzoeken we in samenwerking met de producenten naar een vaccin wat geschikt is voor postduiven. Zodra er een variant in Europa opduikt waarvoor de postduif wel gevoelig zou blijken te zijn dan kunnen we onmiddellijk een vaccinatieprogramma opzetten. Uiteraard na goedkeuring van uw ministerie. Daarbij gaan wij er dan wel van uit dat er bij de landsgrenzen geen beperkingen zijn voor postduiven omdat de postduivensport landsgrensoverschrijdend is. Deze optie dient niet eerst tot regeling te komen op het moment dat zich deze situatie voordoet, maar dient in het Nederlandse en andere draaiboeken van de Europese Unie te worden opgenomen. Het zal duidelijk zijn dat vaccinaties met een verbod op het overschrijden van landsgrenzen van gevaccineerde duiven op geen enkele wijze een reële optie is. Tot op heden blijkt de postduif ongevoelig voor de varianten van HPAI die voorbij zijn gekomen en mogelijk blijft dat ook zo.

7.21 Natuur

Bij het vinden van een met H5N1 besmette vogel zal er op basis van de Commissiebeschikking 2006/115/EG een beschermings- en toezichtgebied moeten worden ingesteld. Desgewenst levert de Nederlandse Postduivenhouders organisatie een inventarisatie aan van het aantal leden binnen het gebied. In het beschermingsgebied wordt voor postduivenhouders die tevens bedrijfsmatig pluimvee houden een ophokplicht voor postduiven van kracht. Voor de overige postduivenhouders zijn zogenaamde open hokken verboden.

Hoofdstuk 8: Maatregelenpakketten

8.2.1 Vervoer van pluimvee en vogels
Bij de beschrijving van de vervoersbeperking wordt in deze paragraaf alleen gesproken over het pluimvee. Behoudens de standstill waarbij ook geen transporten van postduiven zullen plaatsvinden, gaan wij er van uit dat er niet meer vervoersbeperkingen voor postduiven gelden dan hiervoor aangeven en die zijn neergelegd in het door ons voorgestelde protocol voor postduiven.

8.5 Maatregelenpakket beschermingsgebied / toezichtgebied /

vervoersbeperkingsgebied

Bij de maatregelen treffen we een verzamelverbod voor vogels aan. Deze maatregel wordt getroffen omdat het bijeenbrengen van vogels een groot risico met zich mee zou brengen voor de verspreiding van Aviaire influenza. Zoals al eerder aangegeven is de postduif in het geheel geen risico voor de verspreiding van Aviaire Influenza. Zowel bij de HPAI H7N7 in 2003 als de HPAI H5N1 in 2005/2006 speelt de postduif geen enkele rol. Een dergelijke maatregel is voor de houders van postduiven en de industrie rondom de postduivensport, niet gemotiveerd en doet sterk afbreuk aan het maatschappelijke draagvlak voor de maatregelen.
Het kan niet zo zijn dat er over de Europese en Nederlandse wegen nog steeds pluimvee of andere verwante zaken vervoerd worden, terwijl voor het virus ongevoelige postduiven niet bijeen mogen komen voor een wedvlucht. Bij nieuwe varianten waar de gevoeligheid van de postduif onbekend is, kunnen wij ons daarbij iets voorstellen. De literatuur van de afgelopen eeuw laat echter zien dat postduiven (Columba livia) steeds ongevoelig bleken voor alle varianten van HPAI. De Europese duivensportorganisaties zullen bij het verschijnen van nieuwe varianten mede het initiatief nemen snel duidelijk te verkrijgen via wetenschappelijk onderzoek naar de gevoeligheid van de postduif voor de nieuwe variant.

8.6 Maatregelenpakket besmet compartiment/buffergebied

Ook hier is het verzamelverbod voor postduiven zoals al eerder aangegeven geen risico voor de verspreiding van HPAI. Bij een uitbraak van HPAI in Nederland kan dat voor pluimvee mogelijk een te motiveren maatregel zijn, maar voor postduiven is deze maatregel niet te motiveren.

8.7 Maatregelenpakket vrije compartimenten

Met betrekking tot het verzamelverbod vogels verwijzen wij u naar de eerder gemaakte opmerkingen waarbij de conclusie is dat dit voor postduiven een niet te motiveren maatregel is.

Hoofdstuk 9: Vaccinatie

9.8 Preventieve vaccinatie

Over preventieve vaccinatie hebben wij ons standpunt onder 7.20 voldoende duidelijk gemaakt. Wij willen hier volstaan om daarnaar te verwijzen.

Hoofdstuk 11: Overige gevoelige en ongevoelige diersoorten

 

11.1.2 Ongevoelige dieren

Graag willen wij wederom opmerken dat de postduif voor HPAI H5N1 ongevoelig is en het virus ook niet meegesleept kan worden met vervoermiddelen. Duiven worden vervoerd is speciaal voor postduiven geconstrueerde containers (die allen eigendom zijn van onze eigen organisatie). Hierin worden geen andere dieren vervoerd. Het transport van postduiven en de postduif zelf valt derhalve onder de categorie ongevoelig diersoorten waarvoor geen beperkende maatregelen getroffen hoeven te worden.

11.11 Inleiding

Naar onze stellige opvatting zou de postduif bij de hier genoemde categorie van ongevoelige diersoorten geplaatst moeten worden. Zowel bij de HPAI H7N7 variant als bij de H5N1 variant is gebleken dat duiven maar heel moeilijk geforceerd te besmetten zijn en zelfs dan nog geen of maar zo weinig virus uitscheiden dat sentineldieren niet te besmetten zijn. Wij kunnen ons voorstellen dat bij het onderbrengen van de postduif in deze categorie de voorwaarde verbonden wordt dat ontlastend wetenschappelijk onderzoek voor handen moet zijn om bij een (dreigende) uitbraak in deze categorie geplaatst te blijven.

Hoofdstuk 13. Wilde vogels en natuurterreinen

 

13.5.1 Maatregelen natuurterreinen en wilde vogels

Bekend is dat vooral watervogels fungeren als het natuurlijke reservoir voor het influenza-A virus. Ook in het Concept-Beleidsdraaiboek Aviaire influenza wordt daar in 2.2.3 op gewezen. Door de jacht bevinden zich in de natuur vele gewonde watervogels die uiteraard een slechte conditie hebben en kunnen fungeren als accumulatoren voor een virale uitbraak.
Bij dreigende HPAI en ook bij uitbraken van HPAI dient de jacht verboden te worden.

Wij hopen met bovenstaande een bijdrage te hebben geleverd om tot een goed Beleidsdraaiboek Aviaire Influenza te komen. Natuurlijk hopen wij dat de positie van de postduif in het geheel een betere en meer op realistische voet geschoeide plaats zal krijgen in het geheel. Aangezien wij een bruikbaar protocol bij de Europese Unie en ook bij uw ministerie hebben neergelegd zou volstaan kunnen worden om naar dit protocol te verwijzen.

Het spreekt voor zich dat wij graag bereid zijn onze reactie en protocol nader met u te bespreken.


Met vriendelijke groeten,
Namens Bestuur NPO,

A.C. Ebben
Directeur

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.