West Europese duivenbonden weren zich tegen maatregelen tegen postduiven rond dreigende vogelgriep
In alle landen van de Europese Unie, zijn door de dreigende vogelgriep, maatregelen getroffen tegen houders van vogels. In bijna alle landen zijn er ook specifieke maatregelen getroffen die de postduivenhouders ernstig beknotten in het uitoefenen van hun hobby. Aangezien de trek van wilde vogels als een potentiële bron van gevaar wordt gezien valt te vrezen dat er ook in het voorjaar, als de wedvluchten weer aanvangen, er in verschillende landen nog steeds maatregelen van kracht zijn of weer van kracht worden. Gezien de onbetekenende rol die de postduif bij een eventuele insleep van de vogelgriep kan spelen, zijn dergelijke maatregelen buiten proportioneel en niet acceptabel voor de Europese duivenbonden. In Brussel zijn op 13 december 2005 dan ook in extra bijeenkomsten plannen gesmeed om als gezamenlijke duivenbonden zich hier tegen te weer te stellen.
Veterinaire Commissie FCI
In de ochtend werd vergaderd door de Veterinaire Commissie van de FCI onder leiding van Horst Menzel. Deze commissie bestaat uit deskundigen op het gebied van veterinaire zaken waaronder ook het vogelgriepvirus. De algemene opvatting was dat er met de huidige maatregelen met een kanon op een mug wordt geschoten. Er is inmiddels veel onderzoek verricht naar de gevoeligheid van duiven voor de verschillende varianten van Hoog Pathogene Aviaire Influenza (HPAI) oftewel de meer agressieve vormen van vogelgriep. Uit alle tot nu toe gepubliceerde besmettingsonderzoeken blijkt dat de postduif (Colomba livia) ongevoelig is voor de bekende varianten van HPAI. Op dit moment vreest men echter de Aziatische H5N1 variant. In een vrij recente studie (2002) door Perkins en Swayne werd nog de conclusie getrokken dat duiven resistent (ongevoelig) zijn voor H5N1 varianten. In 2005 heeft Dr. Swayne nieuw onderzoek uitgevoerd wat nog niet gepubliceerd is. Op basis van dit onderzoek, wat uitgevoerd is met 2 Aziatische H5N1 stammen, meent hij dat deze conclusie toch genuanceerd moet worden.
En dan is er nog een onderzoek van Ellis et. al. (2004) waarbij bij het H5N1 geïsoleerd werd uit één dode zwerfduif tijdens de uitbraak in 2002 in Hong Kong. De omstandigheden waaronder dit gebeurde zijn niet duidelijk. Er werden toen dode vogels verzameld voor onderzoek en contaminatie met een besmette vogel of materiaal is misschien wel niet uitgesloten.
Flinterdun
De redenen waarom nu zo’n grote voorzichtigheid voor postduiven aan de dag wordt gelegd zijn dus flinterdun. Alleen door duiven in een laboratoriumsituatie opzettelijk te besmetten met hoge doseringen virus kon men soms wat aantonen, maar buiten deze experimenten zijn er nooit stevige aanwijzigen gepubliceerd dat duiven een echte rol spelen bij uitbraken of besmettingen. Dat duiven geheel ongevoelig zijn kunnen we niet meer beweren, maar uitbraken bij duiven zijn nog nooit voorgekomen. De duif is in hoge mate ongevoelig en van enige rol in verspreiding van de ziekte is nooit aangetoond. Als men zich bedenkt dat er ook massa’s zoogdieren rondlopen zoals de bij vele geliefde huiskat die vele malen gevoeliger zijn en daarnaast ook een rol kunnen spelen in de verspreiding, dan is het te begrijpen dat een van de deskundigen van de Veterinaire Commissie de opmerking maakte dat er met een kanon op een mug wordt geschoten door de huidige maatregelen die de postduif treffen.
Geen risico
De eindconclusie van de commissie is dat er een document wordt opgesteld waarin nog eens wordt aangegeven dat de rol van de duif in de dreigende vogelpest epidemie geen enkele rol van betekenis speelt, dit op basis van wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast zal worden verduidelijkt dat de wijze waarop wij met onze duiven omgaan op geen enkele manier kan bijdragen aan de insleep van het virus. De duif verblijft gewoon op zijn thuishok, zonder direct contact met andere vogels, en als deze wordt ingezet op wedvluchten komt een duif in containers die uitsluitend voor duiven worden gebruikt terwijl na een lossing de overgrootte meerderheid van de duiven gewoon door de lucht rechtstreeks naar huis vliegt (uitgezonderd overnachtvluchten). Risico’s voor besmetting of insleping van het virus zijn dus naar alle maatstaven van redelijkheid uitgesloten. Bovendien worden duiven niet gelost in gebieden waar een besmetting heerst en dat maakt een risico van insleping van het vogelgriepvirus door postduiven niet geloofwaardig. Extra maatregelen zijn dan ook vooral cosmetisch en niet effectief.
Lobby
In de middag vergaderde de Commissie Europa FCI. Ook hier was het thema de maatregelen die van kracht zijn voor de postduiven en de verwachtingen voor de start van het vliegseizoen. Voor de deelnemers was het duidelijk dat we een goede lobby nodig hebben om de problemen de baas te blijven. Er zijn reeds inspanningen gepleegd bij de EU die succesvol zijn gebleken zoals het laten verdwijnen van de postduif bij het pluimvee en het mogelijk maken dat de postduiven zelfs bij een uitbraak van vogelpest kunnen blijven vliegen na een risico analyse. Maar ook in deze fase van crisis is een onverminderde lobby noodzaak. Deze lobby moet zowel de EU als de afzonderlijke lidstaten overtuigen. Een goede professionele lobby vraagt echter om financiële middelen en op dat gebied zijn er nog steeds problemen. Via een substantiële bijdrage van Duitsland en Nederland hebben we de afgelopen maanden kunnen werken, maar het moet duidelijk zijn dat alle Europese duivenbonden binnen de EU gaan bijdragen om dit mogelijk te blijven maken. De volgende bijdragen zijn naar rato van het aantal leden al eerder vastgesteld:
|
Land
|
Bijdrage
|
|
Groep 1: landen met minder dan 1.000 leden
|
|
|
Griekenland
|
€ 200,-
|
|
Luxenburg
|
€ 200,-
|
|
Oostenrijk
|
€ 200,-
|
|
Slovenië
|
€ 200,-
|
|
Zweden
|
€ 200,-
|
|
Zwitserland
|
€ 200,-
|
|
Groep 2: landen met meer dan 1.000 leden en minder dan 10.000 leden
|
|
|
Denemarken
|
€ 750,-
|
|
Hongarije
|
€ 750,-
|
|
Italië
|
€ 750,-
|
|
Malta
|
€ 750,-
|
|
Slowakije
|
€ 750,-
|
|
Spanje
|
€ 750,-
|
|
Tsjechië
|
€ 750,-
|
|
Groep 3: landen met meer dan 10.000 en minder dan 20.000 leden
|
|
|
Frankrijk
|
€ 2.500,-
|
|
Portugal
|
€ 2.500,-
|
|
Groep 4: landen met meer dan 20.000 leden
|
|
|
België
|
€ 5.000,-
|
|
Duitsland
|
€ 5.000,-
|
|
Verenigd Koninkrijk
|
€ 5.000,-
|
|
Polen
|
€ 5.000,-
|
|
Nederland
|
€ 5.000,-
|
Van de volgende landen zijn de toezeggingen al binnen: Luxemburg, Zwitserland, Denemarken, Hongarije, Frankrijk, Duitsland, Polen en Nederland.
De bijdragen van de landen zijn een jaarlijkse bijdrage. Daarnaast is er zeker op dit moment extra geld nodig om nu volop te kunnen inzetten op de huidige crisis. Nederland heeft een extra initiatief ontwikkeld om éénmalig extra inkomsten binnen te halen om veilig te stellen dat we de komende periode voldoende middelen hebben voor een professionele lobby, extra onderzoeken en juridische ondersteuning. De lobby zowel naar de EU als naar de afzonderlijke landen is broodnodig om de maatregelen tegen postduiven te voorkomen en anders zo gering mogelijk te laten zijn. Daarbij gaat het niet alleen om zaken die nu spelen rond de vogelgriep, maar ook alle andere denkbare maatregelen bijvoorbeeld op het gebied van vervoer en medicamenten. Juridische ondersteuning kan op vele gebieden spelen, denk maar eens aan de situatie dat bijvoorbeeld Frankrijk weigert lossingsvergunningen te verstrekken voor buitenlandse duiven. Ook eigen onderzoek kan nodig zijn om te kunnen overtuigen. Zo is tijdens de zitting van de Veterinaire Commissie FCI besloten dat Ing. Duchatel van de universiteit te Luik een onderzoek gaat opzetten naar vaccinatie van postduiven tegen de H5N1 variant. Hiermee zal niet altijd voorkomen kunnen worden dat er een verbod komt op het houden van wedvluchten tijdens een uitbraak in West-Europa, maar mogelijk wel dat duiven geruimd worden tijdens een uitbraak. Een offerte zal begin volgend jaar worden uitgebracht en besproken worden. Op verzoek van de Veterinaire Commissie van de FCI heeft de firma Intervet inmiddels vaccin en onderzoeksmateriaal ter beschikking gesteld.
Bijzondere acties
Voor al deze zaken is veel geld nodig en de financiële bijdragen van de afzonderlijke landen is zeker in deze fase van bedreiging en onzekerheid hard nodig. Omdat nog niet alle landen een toezegging hebben gedaan om te willen bijdragen is het nodig om ook op andere manieren geld te verkrijgen. Op initiatief van Piet van Gils, secretaris van de NPO, is besloten om acties op te starten die de financiële middelen binnen zullen brengen om het mogelijk te maken ook in deze fase er vol voor te kunnen gaan. Van Gils is zelf met de organisatie van deze initiatieven belast.
Op de eerste plaats zal er een grote Europese duivenverkoop gestart gaan worden op Internet. Aan alle duivenbonden binnen de EU is gevraagd om vanuit ieder land de beste 25 duivenhouders te benaderen om een bon voor een jonge duif te schenken. Via de Europese duivenbladen en internetsites zal aandacht worden gevraagd voor dit initiatief. De internetsite www.nporgaan.com zal een centrale rol gaan spelen in de verkoop. Ook de Internet sites van de verschillende bonden zullen de verkoop begeleiden en ondersteunen. Naar verwachting zal de verkoop ongeveer half maart afgerond kunnen worden.
Op de tweede plaats zal ieder land proberen een club van honderd op te richten. Deze club bestaat uit particulieren, kweekhokken en bedrijven die bereid zijn om € 100 te schenken. Zeker in de grotere duivenlanden moet deze club van honderd geen probleem vormen. De schenkers zullen vermeld worden op de internetsites van de afzonderlijke bonden en op de site van de FCI.
Daarnaast zal ieder land zijn best gaan doen om 10 sponsoren te vinden die bereid zijn om € 1.000 te schenken. Ook aan deze sponsoren zal zeker op gepaste wijze aandacht worden geschonken.
Met deze initiatieven moet het mogelijk zijn om op korte termijn voldoende financiële middelen te vergaren om de al in gang gezette acties en de vervolgacties te kunnen bekostigen.
Bij de afgevaardigden van de Europese landen was duidelijk te bespeuren dat men niet bij de pakken neer wil gaan zitten. Er is optimisme en veel inzet om er het beste van te maken. Men heeft bovendien vertrouwen in de acties omdat juist de duif zo’n ondergeschikte rol speelt als het om vogelgriep gaat. De overheid is gehouden om tegenover haar burgers de nodige zorgvuldigheid te betrachten. Daarin passen geen onevenredige maatregelen tegen de honderdduizenden Europeanen die tijdens het vliegseizoen genieten van de wedvluchten met duiven. De bonden kennen heel goed hun eigen verantwoordelijkheden en zullen bij een crisis steeds tegen de achtergrond van een risicoanalyse hun handelen bepalen. Dat kan ook betekenen dat we onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld tijdens een uitbraak, ook wij bijvoorbeeld de standstil fase zullen respecteren. Maar op het moment dat de postduif geen specifieke bedreiging vormt, moeten wij onder bepaalde voorwaarden, gewoon aan wedvluchten deel kunnen nemen. Terwijl in deze situaties het vervoer van eieren en kippen over de Europese wegen gewoon doorgaat, is het niet uit te leggen waarom duiven op het hok zouden moeten blijven. Hiervoor moeten we waarschijnlijk nog wel wat landen overtuigen en deze acties zijn nu volop bezig. Als alle duivenlanden zowel in menskracht als financieel hieraan bijdragen dan is er een goede kans dat we zullen slagen.
Ton Ebben
Secretaris Commissie Europa FCI



