Vlucht naar de toekomst

Meer weten?Klik op de banner!

 
Document acties
Home Achtergrond Archief Rechtspraak Recente uitspraken Rechtsprekende Colleges (28 februari 2008)

Recente uitspraken Rechtsprekende Colleges (28 februari 2008)

Uitspraak van het Beroepscollege inzake het op 23 januari 2008 ingestelde beroep van eiser M.H. tegen de uitspraak van de schorsing van het TGC 10/11
In haar overwegingen constateerde het Beroepscollege dat er voldoende afweging heeft plaatsgevonden om de opgelegde tuchtmaatregel jegens eiser in stand gehouden en dat genoemd college op integere wijze de zaak heeft behandeld. 
Echter aan één belangrijk aspect is het TGC 10/11 volgens het Beroepcollege aan voorbij gegaan namelijk dat: 
uit het dossier onomstotelijk kan worden vastgesteld, dat de raadsman van eiser, de heer C. de Jong, aanvankelijk als aanklager NPO in de zaak H.M. betrokken is geweest. 
Aan dit gegeven gaat het TGC 10/11 volledig voorbij zonder zich af te vragen of in een contradictionaire zaakwaarneming wel in voldoende mate sprake kan zijn van een zorgvuldige belangenafweging c.q. zaaksbehartiging. 
Het Beroepscollege is van oordeel dat de raadsman in iedere zaak kan optreden behoudens in deze zaak. 
Het optreden van de raadsman (de heer C. de Jong) in deze kan zijn basis vinden in een verstrengeling van belangen waardoor zijn optreden de nodige zorgvuldigheid mist die uit oogpunt van een objectieve procesvoering noodzakelijk is zodat als snel sprake kan zijn van schending van een in het algemeen rechtbewustzijn levend bestuursbeginsel, te weten het ‘vertrouwensbeginsel’. 
Beslissing van het Beroepscollege:
verklaart eiser in zijn beroep niet ontvankelijk; 
bepaalt dat de TGC 10/11 opnieuw in deze zaak dient te voorzien; 
bepaalt dat eiser op grond van het Reglement Rechtspleging van de functies wordt uitgesloten voor wat betreft de in de uitspraak van het TGC 10/11 genoemde functies totdat het TGC 10/11 opnieuw in de zaak is voorzien. 

Uitspraak van het TGC1/2 in de zaak van A.B. te Tilburg
In haar overwegingen is het college het merendeel eens met de stellingen en conclusies van de Aanklager NPO Koos Hassing en acht de ingebrachte beschuldigen met uitzondering waar het de betwiste duif van 2004 betreft, bewezen. 
Het laatste feit, de aanwezigheid van de postduif uit 2004, die later geregistreerd bleek te staan als zijnde gestolen, achtte het College niet bewezen. 
Dit omdat de controleurs, bij de opstelling van de documenten, tijdens de uitgevoerde hokcontrole op 14 april 2007 zeer onzorgvuldig bleken te zijn geweest. 
In de documenten waren bij de invulling van de ringnummers op meerdere plaatsen regels overgeslagen, hetgeen mogelijkheden schept tot aanvullingen achteraf. 
Ook waren deze documenten niet ondertekend door de controleurs en/of door het genoemde basislid. Ook is aan het basislid geen afschrift afgegeven. 
Om die redenen kent het College geen bewijskracht toe aan deze beschuldiging. 
Het verbod tot het deelnemen aan wedvluchten tentoonstellingen en verzendingen, zoals door de aanklager was geëist, komt, mede gelet op bovenstaande tekortkomingen in de bewijslast (documenten van de controleurs), vindt het College een vooralsnog te zware tuchtmaatregel. 

Het College legt dan ook na uitvoerig beraad, de volgende tuchtmaatregel op: 
een onherroepelijke geldboete van 500 euro, alsmede een bijdrage in de proceskosten van 250 euro; 
een voorwaardelijk verbod tot deelname aan wedvluchten, tentoonstellingen en verzendingen voor een periode van 3 jaar, met een proeftijd van 5 jaar. 

 

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.