Vlucht naar de toekomst

Meer weten?Klik op de banner!

 
Document acties
Home Achtergrond Archief Rechtspraak Uitspraak kort geding NPO contra gebroeders Van den Bergh onbevredigend

Uitspraak kort geding NPO contra gebroeders Van den Bergh onbevredigend

Onlangs heeft een kort geding gediend over een postduif van de gebroeders Van den Bergh waarmee gevlogen is en waarbij de ring was doorgezaagd. Volgens de NPO reglementen is dit een ongeringde duif waarmee niet gevlogen mag worden en die men zelfs niet op het hok mag houden. De uitspraak in de door de gebroeders Van den Bergh aangespannen kort geding procedure, heeft bij velen een onbevredigend gevoel achter gelaten. De voorzieningenrechter bepaalde dat de gebroeders Van den Bergh aan wedvluchten mogen deelnemen en de rechter formuleert dat als volgt: 

‘De vordering in kort geding van de Gebr. van den Berg was het ongedaan maken van de schorsing tot deelname aan wedvluchten. De slotsom is dat de vordering toewijsbaar is, omdat de schorsing naar het idee van de rechter, gegeven de strafbare feiten, die het Beroepscollege bewezen of bewijsbaar heeft geacht, disproportioneel is. De NPO zal worden veroordeeld om de uitspraak van het Beroepscollege niet uit te (laten) voeren voor zover de gebroeders Van den Bergh daarin is verboden om deel te nemen aan wedvluchten. De NPO zal de gebroeders Van den Bergh dan ook moeten toelaten tot wedvluchten. Het verbod van deelname aan wedvluchten was een van de maatregelen die zijn opgelegd door het Beroepscollege de overige maatregelen worden door de voorzieningenrechter in stand gelaten. De uitspraak van het beroepscollege kende de volgende elementen: 
  • dat de behaalde wedvluchtresultaten gekoppeld aan het ringnummer van de duif komen te vervallen voor de wedvluchten op 10, 16 en 23 juli en op 13 en 20 augustus 2005;
  • dat de overige duiven van de gebroeders Van den Bergh niet uit de uitslag dienen te worden gehaald om competitievervalsing tegen te gaan,
  • dat de gebroeders ieder afzonderlijk vervolgens zullen worden veroordeeld tot het verbod op het uitoefenen van bestuursfuncties gedurende drie jaar, betaling van een boete van €1.000,- en een bijdrage in de proceskosten van €150,-.
Hoe nu verder?
Rechterlijke uitspraken zijn er om nageleefd te worden, we moeten dergelijke uitspraken respecteren. In juridisch opzicht zullen de gebroeders Van den Bergh echter een bodemprocedure moeten opstarten. Men heeft aan de voorzieningenrechter nadrukkelijk toegezegd dit zo spoedig mogelijk te doen. Dit zullen we nauwlettend volgen. Als dit naar onze mening te lang duurt, zullen we in overleg met onze juridische adviseur de nodige stappen nemen. In de bodemprocedure wordt uiteindelijk de hele kwestie weer behandeld en dan volgt een definitieve uitspraak. Voordat het zover is, zal er nog geruime tijd verstrijken en dat wil zeggen dat in het vliegseizoen 2006 de gebroeders Van den Bergh gewoon aan de wedvluchten kunnen deelnemen. Zou vernietiging door de civiele rechter van de uitspraak van het Beroepscollege volgen, dan zal het Beroepscollege eerst weer een nieuwe uitspraak moeten doen. 

Bestuur NPO 

 

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.