Vlucht naar de toekomst

Meer weten?Klik op de banner!

 
Document acties
Home Achtergrond Bijdragen van de WOWD Rapport 2002 Vervoer en lossingen - een samenvatting

Vervoer en lossingen - een samenvatting

Rapport 2002-7

 

De voorgaande zes artikelen gingen elk over een specifiek probleem binnen het gebied van het Vervoer en de Lossingen. In dit artikel willen we in het kort een samenvatting geven van de hele serie.

Wat en waarom?

Deze artikelenserie is geschreven op basis van een nieuw rapport van de WOWD. De titel van dat rapport luidt Verliezen met jonge duiven en aanverwante welzijnsproblemen een verkenning van invloedsfactoren en verbeteringenÆ Het rapport is in november 2002 gereed gekomen en ligt nu bij het NPO-Bestuur, NPO-Bureau en zal eveneens naar alle kiesmannen verstuurd worden. De aanleiding voor het schrijven van het rapport zijn de grote verliezen met jonge duiven van de afgelopen jaren.

Oorzaak van verlies

Verliezen met duiven moeten we zien als een optelsom van tekortschietende omstandigheden tijdens de verzorging, tijdens het vervoer en na de lossing. De verliezen met jonge duiven worden veroorzaakt doordat wij die punten te weinig inrichten naar wat goed is voor onze duiven. Schieten er teveel omstandigheden tekort, dan zal de vlucht slecht verlopen. Vergelijken we onze kennis over duivenwelzijn met hoe we duiven vervoeren en lossen, etc. dan blijkt dat we steken laten vallen. Verbetering is dus nodig.

Verbeteren is noodzaak

Op het gebied van verzorging, vervoer, lossingen, kampioenschappen en vliegprogramma's valt veel te verbeteren. En die verbetering is ook bittere noodzaak. Want binnenkort zal de duivensport aan de orde komen bij het invullen van de Gezondheid- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD). Als de overheid vindt dat wij te weinig aandacht besteden aan het welzijn van de duiven, dan zijn we nog niet jarig. In het minst erge geval stelt de overheid een aantal regels vast. Maar de overheid heeft helemaal geen verstand van onze sport en is er ook niet in geïnterresseerd. Misschien wordt het omstreden weduwschap dan verboden, of komt er een een maximale afstand van bijvoorbeeld 400 km voor álle duiven. In het ergste geval is het voor de duivensport 'einde verhaal'. Net als de nertsenfokkerij, het eierenzoeken, de jacht, het gebruik van levend aas in de hengelsport en ga zo maar door. Het NPO-Bestuur is zich bewust van deze dreiging en heeft in 2002 twee commissies geïnstalleerd: het 'Vervoersteam' en het 'Lossingsteam'. Zij hebben hard gewerkt aan een nieuw Reglement Vervoer en Lossingen.

Wat moet er beter?

In het rapport van de WOWD worden ruim 25 aanbevelingen gedaan waarmee het welzijn van duiven wordt verbeterd, de verliezen worden verlaagd en de toekomst van de sport veilig gesteld. Heel concreet zou in ieder geval het volgende verbeterd moeten worden:

  1. Jonge duiven kunnen minder kwetsbaar worden gemaakt door een goede opvoeding. Uit het enquêteonderzoek van de WOWD komt het volgende: kweek geen winterjongen, zij gaan veel meer verloren dan later geboren jonge duiven. Logisch ook, want de opvoeding van die jonge duiven ligt in de ongunstige en onnatuurlijke maanden januari en februari. Misschien moeten we gewoon eens spijkers met koppen slaan en de datum van ringenuitgifte een maand opschorten. Verder bleek uit de enquête: huisvest rondes jonge duiven apart; richt ze zo veel mogelijk af en laat ze tweemaal daags om het hok trainen. Deze vier factoren bleken de verliezen met jonge duiven significant te beïnvloeden. Verder geldt: zijn uw jonge duiven niet gezond, korf ze dan niet in! Ook al kost het een kampioenschap.
  2. Duiven moeten we vervoeren bij 350 cm2 per duif. Op dit moment is die norm 280 cm2 per duif bij één nacht mand. Dat is 20 procent teveel duiven in de mand volgens het Wageningse onderzoek van dr. ir. Jos Gorssen. Wanneer we te veel duiven in de manden doen treft een pikbeweging sneller doel, raken er meer duiven gewond, neemt de ernst van de wonden toe, wordt er minder tot zelfs helemaal niet gepoetst, wordt de omgeving minder verkend, wordt er meer stilgezeten (met gevolgen voor het vinden van drinkwater) en wordt er meer warmte geproduceerd, zowel per duif als per mand. Hier ligt een groot verbeterpunt, zeker voor onze jonge duiven.
  3. Onze duivenwagens moeten worden aangepast aan de kennis die we hebben. Dat betekent: geforceerde luchtinlaat en luchtuitlaat, een ventilatiecapaciteit van 30 m3 /uur per m3 wageninhoud, een goed drinkwatersysteem met een voldoende grote watertank. Nieuw te bouwen wagens zouden geïsoleerde wanden moeten hebben en ruimte tussen de manden van ten minste 3 cm voor een goede doorstroming. Wagens met dergelijke 'luxe' zijn op dit ogenblik sterk in de minderheid. Ook hier liggen kansen ter verbetering!
  4. De lossingen zullen in de toekomst niet meer op eigen houtje moeten plaatsvinden, maar volgens een lossingsreglement. Dit reglement bundelt alle kennis over weersomstandigheden en geeft precies aan wanneer wel en wanneer niet te lossen of te vervoeren. In de toekomst zal dit reglement telkens worden verbeterd door onderzoek te blijven doen met een landelijke club liefhebbers. De punten 2, 3 en 4 komen aan de orde in het nieuwe Reglement Vervoer en Lossingen.
  5. Vliegprogramma's en kampioenschappen zullen meer rekening moeten houden met het welzijn van de duiven. Niet alle vluchten laten tellen, een voorzichtige afstandsopbouw, geen reguliere Afdelingsvluchten voor jonge duiven boven 400 km. en meerdere startvluchten voor jonge duiven zijn een paar voorbeelden hiervan. Het zou goed zijn in de toekomst te komen tot een landelijk vliegprogramma, die jaarlijks op de Algemene Ledenvergadering NPO wordt vastgesteld door de kiesmannen.

 

Tot slot

Wij hopen dat deze serie artikelen heeft duidelijk gemaakt dat verbeteringen op het gebied van onder andere vervoer en lossingen nodig zijn. Dat we als duivensport al lang weten wát er beter moet en hoé het beter kan. Het aannemen van het nieuwe reglement Vervoer en Lossingen tijdens de Algemene Ledenvergadering van 8 maart zou een belangrijke stap vooruit betekenen.

In deze artikelenserie zijn slechts de belangrijkste punten aan de orde gekomen. Het rapport gaat echter veel dieper en bespreekt alle beschikbare onderzoeken. Achterin het rapport vindt u ook de lijst van literatuur die gebruikt is voor het rapport en deze artikelenserie. Wilt u het naadje van de kous weten, dan kunt u het rapport Verliezen met jonge duiven en aanverwante welzijnsprobelemen via e-mail opvragen bij het NPO-bureau. U ontvangt dan een e-mail terug met het (gratis) rapport als bijlage (Microsoft Word-bestand). U kunt het rapport dan eens op uw gemak nalezen.

Wilt u reageren, stuur dan een e-mail naar wowd@npoveenendaal.nl of een briefje via de secretaris van de WOWD. Wij zijn benieuwd naar uw mening of opbouwende kritiek.

De WOWD,
januari 2003

Koos Gaiser, Geert van Oortmerssen, Chris Reizevoort, Hans van der Sluis, Leo van der Waart, Albert Winkel.

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.