De oude Romeinen en Grieken (ca. 500 voor Christus) kwamen op het idee om de duiven ook te gaan gebruiken voor het versturen van berichten. Vooral in tijden van oorlog en rampen gebruikte werden met grote regelmaat duiven ingezet om snel belangrijke berichten over te brengen. Tot ver in de twintigste eeuw gebruikte men de postduiven hiervoor.
In de 16e eeuw bracht werden de eerste duivenhokken ondergebracht in torens, waarin soms wel plaats was voor 2000 duiven. Alleen edelen mochten dergelijke duiventorens bouwen. De meeste jonge duiven die geboren werden, at men op. De ontlasting van de duiven werd gebruikt om de landerijen te bemesten. Voor 'duivenpoep' werd in die tijd erg veel geld betaald.
Nu, in de 21e eeuw, wordt wereldwijd in meer dan 40 landen de postduivensport beoefend. De hobby is tussen 1815 en 1825 in België ontstaan. Men kwam toen op het idee om duiven te gaan kweken die snel naar hun hok terugkeren. Vanuit België verspreidde de hobby zich over Europa. Ook in Nederland werd het houden van duiven populair.



